Home

Welkom bij OntspannenChristendom.nl !

De blogs op deze website willen je helpen op een andere manier te kijken naar de christelijke waarheden die we van kleins af aan leren. Het doel is een meer ontspannen geloof: bevrijdt van al het moeten, gevuld met verwondering. Hieronder het nieuwste blog. Meer blogs zijn te vinden in het archief

Schrijf je in voor de  nieuwsbrief om de blogs wekelijks in je mailbox te krijgen.

___________________________________________________________________

Het goede doe ik niet …. Leven uit genade

Ik heb net een enquête ingevuld over geloof en angst. Een vraag was: “Straft God je als je iets verkeerds doet?” Een andere vraag ging over het eeuwige leven en de hel.

Mijn grootvader was als de dood om te sterven, want hij wist niet of hij behouden was. Zijn God was een verterend vuur vol toorn over de zonden der mensen. Zijn God koos een enkeling uit die met Hem in de hemel mocht zijn, en dat was genade.

Mijn God heeft Zich laten zien in Jezus, die voor ons stierf toen wij nog zondaren waren, die zijn beulen vergaf en de misdadiger naast hem aan het kruis vertelde dat hij diezelfde dag nog samen met hem in het paradijs zou zijn (Lucas 23). Genade is mogelijk voor iedereen, ongeacht hoe fout je bezig bent. Zelfs als je Jezus aan het kruis spijkert, zoals zijn beulen deden, is er vergeving.

Vroegen zijn beulen om vergeving? Waren ze tot inzicht gekomen hoe zondig ze waren en hadden ze berouw? Hebben ze daarna hun leven gebeterd? Of hadden ze geen idee waar Jezus het over had en hebben ze zijn vergeving gewoon genegeerd? Het waren Romeinen, zij hadden niets met de Joodse Messias en met zondigen tegen de wet van God. Zij hadden andere goden. Die hoefden jou niet te vergeven zodat je een prettig leven na de dood had. In het dodenrijk moest je er gewoon het beste van maken, net als in het leven.

Als die beulen de vergeving van Jezus niet hebben geloofd, waren ze dan toch vergeven? Ik heb altijd geleerd dat Jezus’ aanbod van vergeving voor iedereen is, maar dat je het wel moet geloven, anders is die genade niet voor jou. Ik vraag me ondertussen af of dit dogma wel klopt.

Jezus vraagt aan de Vader om hen te vergeven. Zou de Vader nee gezegd hebben?

“Sorry, Zoon, daar gaan We niet aan beginnen, anders kunnen We iedereen wel vergeven….”

Of zou de Vader een voorwaarde hebben gesteld?

“Dat zou kunnen, Zoon, áls ze geloven dat Jij ze hebt vergeven, dan kunnen We ze vergeven.”

Of zijn de omstandigheden doorslaggevend voor vergeving – ‘Ze weten niet wat ze doen’?

“Oké Zoon, die stumpers hebben geen idee waar ze mee bezig zijn. Ze helpen om jou op de meest gruwelijke manier te vermoorden en ze hebben er nog lol in ook, maar weten zij veel. Laten We ze daarom maar vergeven.”

Het klopt niet. Zodra je de gangbare doctrines over vergeving en genade langs het kruis houdt, zit er licht tussen. Het sluit niet naadloos aan, deze ronde, gladde, door de eeuwen heen gepolijste theorie. Het past niet goed bij de hoekige ruwe vorm van de realiteit van een houten kruis. Maar wat dan wel?

Paulus is degene die zegt: “Het goede doe ik niet”. Hij baalt daar stevig van, want hij is een wetgeleerde en weet dus precies hoe het moet. Maar dat in de praktijk brengen, krijgt hij niet voor elkaar, de zonde is te sterk. Hij snakt naar verlossing van deze vernietigende kracht, deze slavendrijver, deze moordenaar (Romeinen 7: 13 e.v.). Dan realiseert Paulus zich dat hij meer is dan alleen maar een lichaam; hij is meer dan de dingen die hij (fout) doet. Zijn lichaam is tijdelijk, stoffelijk, alleen maar vlees en daar heeft de zonde vat op, tot zijn grote frustratie. Maar zijn geest, het deel van hem dat het goede wil, is zonder lichaam niet in staat om iets fout te doen. Als hij dus alleen geest zou zijn, zou het kwaad geen vat meer op hem hebben. In Romeinen 8 legt Paulus uit hoe de Geest van God de menselijke geest kan bevrijden uit de macht van de zonde en de dood. Dat is een ingewikkeld verhaal, maar als je het vergelijkt met een adoptie, dan begrijp je misschien een beetje wat er staat. Als mens van vlees en bloed heb je de mogelijkheid gekregen om geestelijk een kind van God te worden. Je wordt dan als het ware opnieuw geboren, maar nu in het gezin van God (Johannes 1:11,12). Dat gezin staat boven de Wet, boven de zonde en boven de dood. Dat gezin heeft leven en vrede, zegt Paulus, en er is voor hen geen veroordeling. In de rest van Romeinen 8 legt Paulus uit dat het leven nog steeds flink ingewikkeld en moeilijk kan zijn, maar dat Gods Geest ons helpt en troost en dat we mogen weten dat het uiteindelijk allemaal goed komt. Uit die genade mogen we leven.

Maar hoe zit het met degenen die niet weten dat ze een kind van God kunnen worden? Of met de mensen die zo’n verwrongen beeld van God hebben dat ze daar echt niet bij willen horen. En hoe zit het met al die misdaden, al dat kwaad dat is aangericht? Blijft dat dan onbestraft? Kom je daar zomaar mee weg? Er moet toch zoiets zijn als gerechtigheid?

Bij dit soort vragen moet ik denken aan Zacharia 12:10. Daar beschrijft de profeet een openbaring die het Joodse volk krijgt van hun Messias. Wat ze zien is echter niet zijn triomfantelijke overwinning en hun daarbij horende bevrijding en eerherstel, met hun vijanden verslagen aan hun voeten. Nee, ze zien dat ze hem doorstoken hebben, ze realiseren zich dat zij hun eigen verlosser hebben vermoord. In Openbaringen 1:7 wordt dit beeld breder getrokken naar iedereen, de hele wereld zal Hem zien.

“Zij zullen over hem een rouwkacht aanheffen als een rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.” Kan je je een voorstelling maken van dat moment? Wat doet het met mij als ik de gevolgen van al mijn woorden en al mijn daden zie? Ik heb zoveel mensen pijn gedaan, zoveel leed aangericht en van het meeste was ik mij niet eens bewust. Ik denk dat ik mij diep en diep zal schamen. Ik zal rouwen over mijn onvermogen en over het verlies van wie ik dacht dat ik was. Maar ik zal ook rouwen over al dat leed dat ik heb veroorzaakt, al dat kwaad dat door mij heen anderen heeft beschadigd. Het enige wat ik dan waarschijnlijk nog zal kunnen uitbrengen is: “vergeef mij, ik wist niet dat ik dit heb gedaan!” En ik denk dat de rest van de mensheid niet veel verder zal komen.

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.”(Openbaringen 21:4)

Het goede doe ik niet en eens zal ik daar keihard mee geconfronteerd worden, maar gelukkig is er dan genade, troost, vrede en eeuwig leven.