Category Archives: Blog Nederlands

Nederlandstalige blogs

Blog Nederlands

De valkuil van een roeping

Starwars, the Matrix, Harry Potter, Lord of the Rings en vast nog wel meer films gaan over die ene die geroepen is om ‘het kwaad’ te verslaan. Dit spreek tot de verbeelding, bij mij in ieder geval wel, ook al ben ik een meisje en geen jongetje. Stel je voor dat je een geroepene blijkt te zijn. Jij bent de held, jij gaat het fiksen, jij gaat bevrijding brengen. Het onrechtvaardige systeem heeft zijn langste tijd gehad nu jij er bent! Het betekent wel een tijd lang afzien, want The Chosen One krijgt zijn overwinning niet zomaar. Hij moet eerst een hoop ellende doorstaan, maar wat er ook gebeurd, hoe vaak het ook dreigt te mislukken, hij zal volgens de profetieën het kwaad verslaan. Dat vooruitzicht is al die moeite waard.

Ook in de bijbel gaat het over geroepenen of uitverkorenen. Daar is een heel volk geroepen. Het volk Israël is door God uitverkoren om een zegen te zijn voor de hele wereld. Zij zijn de dragers van de profetie dat God het kwaad zal verslaan en de wereld die verrot is door de invloed van dat kwaad, weer zal herstellen en met Zich zal verzoenen. En zoals iedere geroepene, heeft het Joodse volk in de loop van de duizenden jaren het nodige te verduren gehad, maar ze hebben de belofte dat het in het eind allemaal goed zal komen.

In dit epische verhaal is er 2000 jaar geleden een dramatische wending geweest. Uit dit uitverkoren volk is een geroepene voortgekomen die het kwaad heeft verslagen. Theoretisch gezien had dit het eind van het verhaal moeten zijn. Maar in plaats van de profetie te vervullen en koning te worden, sterft deze Gezalfde. Geruchten gingen dat Hij de dood had overwonnen, het laatste bolwerk van de duisternis, maar dat ging er bij dit volk niet in. Zij trokken de conclusie dat de échte gezalfde nog moet komen en keerden zich van deze Messias af.

Wat nu? Als de groep die uitverkoren is om de wereld te zegenen met de boodschap dat het kwaad verslagen is, dat zelf niet gelooft, wie vertelt dan aan de wereld dat ze verlost zijn?

De enige oplossing is verder gaan met de groep die het wél geloofd. Al vrij snel blijken dat duizenden Joden te zijn en dit is de groep die Jezus ‘mijn ekklesia’ noemt (Mattheüs 16:18). Wij vertalen dat met kerk of gemeente, maar in die tijd was het een groep inwoners die (op)geroepen werd als er besluiten genomen moesten worden die de hele stad aangingen. Wat er dan besloten werd, had de kracht van een wet. Jezus zegt over deze groep: “Deze geroepenen zullen niet worden tegengehouden door de machten van het dodenrijk”. Dit is de nieuwe groep uitverkorenen, de groep die geroepen is om het goede nieuws van overwinning en bevrijding door te geven.

Ik vind het lastig om te behoren tot een groep uitverkorenen, want, wat is mijn rol dan precies? Als ikzelf de geroepene ben, dan is het duidelijk: het lot van de wereld hangt van mij af. Ik moet wel stevig aan de bak, maar ik krijg de steun van mijn vriendengroep en uiteindelijk krijgen we ook alle eer. Nu is het werk al gedaan en ik was niet eens deel van die inner circle rond Jezus. Het verhaal is eeuwen lang doorgegeven en heeft ook mij bereikt. Ik geloof het en wil het graag doorgeven, maar waar is de heroïek die hoort bij het leven van een geroepene? Ben ik uitverkoren tot werknemer of ondernemer, echtgenoot, moeder, en hier en daar wat helpen in de kerk?

“God heeft een plan met je leven”, hoor ik regelmatig op zondag. “God heeft je uniek gemaakt en Hij heeft een unieke taak voor je.” “Je bent geschapen met een doel en een bestemming.” En dus ben ik bezig met uit te zoeken wat dat doel dan is. Waarvoor ben ik geroepen? Wat is mijn unieke bestemming? Bij alles wat op mijn weg komt vraag ik me af: “Is dit Gods plan voor mijn leven?”, of: “Zou dit in Gods plan voor mijn leven passen?” Want erger nog dan niet weten wat Gods plan is, is de verkeerde keuzen maken, zodat God niets meer aan mijn leven heeft. Dus wordt mijn missie een waardige gezalfde te worden, eentje waar God op kan bouwen, die klaar staat als het nodig is. Het betekent afzien en strijden tegen alles wat in de weg zou kunnen staan. Mijn minder goede eigenschappen en ongezonde gewoonten, mijn mate van toewijding, mijn boekenkast en muziekcollectie, alles wordt aan een kritische blik onderworpen en te licht bevonden. Vaste tijden instellen voor bidden en bijbellezen, goede christelijke boeken lezen, goede christelijke muziek en films. Ik laat me vullen met dingen van God; voor ‘de wereld’ is geen ruimte meer in mijn leven. Het voelt goed. Ik word een betere versie van mijzelf. Ik verwacht een glimlach uit de hemel en een stem die zegt: “goed gedaan jij trouwe dienstknecht. Hier heb je 10 talenten, je bent het waard om in Mijn koninkrijk aan het werk te gaan”.

In plaats daarvan lees ik: “De mensen komen met allerlei regels. “Dat mag je niet aanraken.” “Dat mag je niet eten.” “Daar mag je niet aankomen.” (…) Het klinkt allemaal wel erg wijs en mooi, maar toch is het een zelfbedachte godsdienst. Het heeft helemaal geen zin om overdreven nederig te zijn en om hard te zijn voor je eigen lichaam. Mensen die daarmee bezig zijn, willen alleen maar laten zien hoe geweldig godsdienstig ze zijn.” (Kolossenzen 2: 20-23 BB)

Auw.

Ik dacht dat ik goed bezig was, maar ik blijk precies de verkeerde kant te zijn opgelopen. Ik was gericht op mijzelf, op mijn eigen eer, op wie ik zou kunnen zijn in Gods Koninkrijk, maar daar gaat het dus niet om. “En u bent volmaakt geworden in Hem”, staat er in Kolossenzen 2: 10. Daar valt helemaal niets aan toe te voegen.

Als ik Gods koninkrijk wil zien, dan moet ik opnieuw geboren worden (Johannes 3:3) en om opnieuw geboren te worden, moet ik juist sterven aan mijzelf (Romeinen 6). Mijn roeping gaat niet om mij, het gaat om het doorgeven van het goede nieuws dat het kwaad niet langer het laatste woord heeft. Dat is goed nieuws voor mijzelf, want alle dingen die nog niet kloppen in mijn leven, ‘mijn zonden’, de invloed van het kwaad in mijn leven, hebben niet de macht om mij weg te houden bij God. Laat ik ze dan die macht ook niet geven. Laat ik niet geloven in de leugen dat ik eerst een ‘goede’ christen moet zijn voordat God iets met mij kan beginnen. Hij is al lang een goed werk in mij begonnen, en Hij zal dat volhouden (Filippenzen 1:6).

Mijn roeping is een deel te zijn van dat geroepen volk dat het verhaal van bevrijding verder draagt door een werknemer of ondernemer te zijn, echtgenoot, moeder, en hier en daar wat helpen in de kerk. Waarom zou dat niet (heroïsch) genoeg zijn?

Blog Nederlands

Worstelen met God

Jacob worstelde met God en liet Hem niet gaan voordat God had gedaan wat hij Hem vroeg (Genesis 32:26-28). Mozes gingen de discussie aan met God en bleef argumenten aandragen totdat hij kreeg wat hij wilde. (Exodus 33:12-17). Ik vond dat eigenlijk heel oneerbiedig. Hoe durf je zo brutaal te zijn en niet te accepteren wat God wil? Ik herken me wat dat betreft meer in Abraham. Hij deed alles wat God vroeg: hij vertrok uit zijn land, liet zijn neef het beste deel kiezen en was zelfs bereid om zijn zoon te offeren, omdat hij wist dat God zou zorgen dat het allemaal op zijn pootjes terecht zou komen. Zo sta – of misschien stond? – ik ook in het leven. Wat kwam, dat kwam. Het zou uiteindelijk goed komen. God is mijn Vader, Hij zorgt voor mij. Zoals ik vorige week schreef: “Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand.” Ik ben hier nog steeds van overtuigd, maar ergens is er iets gaan wringen. Er groeit in mij een onvrede over de situatie waarin ik zit: over de mist die voor mijn toekomst hangt. Nu ik uit de valkuil van het ‘moeten’ ben gekropen, moet ik niet langer zicht hebben op komend jaar, zodat ik weet wat ik moet doen, maar ik wil zicht hebben op komend jaar, omdat ik verder wil. (http://ontspannenchristendom.nl/2018/01/04/de-valkuil-van-het-moeten)

Abraham vroeg op een gegeven moment aan God hoe het nou zat met die beloften aan hem. Hij zou een land krijgen, maar hij trok nog steeds rond met tenten. Hij zou de stamvader van een volk worden, maar hij had niet eens een zoon (Genesis 15:3,7-8). Hij had zijn leven geleefd zoals het kwam, omdat God het zo aan hem gegeven had, maar wat nu? Hoe nu verder? Abraham was enorm rijk, had een grote groep mensen om zich heen, werd geëerd en gerespecteerd door de leiders in het gebied waar hij doorheen trok, maar in zijn eigen ogen was zijn leven doelloos. Hij zag er geen toekomst in.

Abraham worstelde met God want hij wilde weten of God zich wel aan Zijn woord zou houden.

Jacob worstelde met God want hij wilde dat God hem zou zegenen met de zegen die hij eerder van zijn broer had gestolen, maar die God wel aan Jacob beloofd had.

Mozes worstelde met God omdat God niet langer met hem en het volk mee wilde gaan, terwijl Hij dat wel beloofd had.

Zou ik met God moeten worstelen over een toekomst die Hij mij beloofd heeft, maar die ik nog steeds niet zie?

In een charismatisch evangelische kerk ben ik in aanraking gekomen met het verschijnsel profetie: mensen die voor je bidden en beloften of andere positieve woorden over je leven uitspreken. Er was een tijd dat de beloften over elkaar heen buitelden. Niets was meer onmogelijk, er was ons immers een hoopvolle toekomst beloofd (Jeremia 29:11).

Als er niet gebeurde wat was voorzegd, dan lag dit niet aan God! Het was omdat de tijd nog niet rijp was, of er stond iets tussen jou en je belofte. Dit obstakel moest je dan opruimen. Worstelen met God was geen optie. Als ik moest worstelen, dan met mijn eigen ongehoorzaamheid, ondankbaarheid of andere demonen. ‘God geeft boven bidden en denken’ (Efeziërs 3:20), ‘Hij geeft het Zijn beminden in de slaap’ (Psalm 127:2), waarom zou ik worstelen met God?

Maar nu ik geen obstakel meer kan bedenken en de belofte toch uitblijft, wordt worstelen misschien toch een optie. Maar voordat ik ga worstelen met God (als ik dat al zou kunnen) is het misschien handig om me af te vragen waar al die beloften vandaan kwamen. Waren die wel van God? Of was het wensdenken? Was het emotie? Ik kan moeilijk met God worstelen over beloften die Hij niet heeft gedaan.

Mag je iets dat over je is uitgesproken, zien als een belofte van God? Mensen die een profetisch woord uitspreken hebben meestal een disclaimer als: “ik heb de indruk”, of “ik zie een beeld”. Er zijn er maar weinig die durven zeggen: “zo spreekt de Here”. Volgens de bijbel is een echte profeet te herkennen aan het feit dat zijn of haar profetieën uitkomen. Als iemand beweerde namens God te spreken en het bleek een leugenaar doordat de profetie niet uitkwam, dan moest diegene gedood worden. Je kunt maar beter een slag om de arm houden als je ‘profeteert’.

Al die mooie ‘beloftes’ zijn dus wensdenken totdat het tegendeel is bewezen doordat er gebeurt wat is gezegd. En aangezien het tegendeel in mijn geval nog niet bewezen is, was het dus wensdenken en geen belofte van God. Ik ga niet worstelen met God over een indruk of een beeld van iemand anders.

Hoe zit het met dingen die ikzelf ervaar als roeping? Om me heen zie ik mensen die zich geroepen voelen om iets te doen of iets te worden. Die gaan dat dan gewoon doen. Ze stellen bijvoorbeeld hun huis open voor mensen die even een plek nodig hebben om bij te komen, of ze worden arts of dominee, of gaan schrijven : ). Misschien is een roeping die ik zelf niet kan uitvoeren gewoon helemaal geen roeping. Misschien dat dat meer in de categorie ‘dromen’ valt. Ik zou het graag willen, maar een goddelijke roeping is het niet. Het is vrij zinloos om met God te willen worstelen over iets wat ik graag zou willen, maar wat Hij niet doet.

Jozef was een dromer en iedereen verklaarde hem voor gek. Als gevolg van het vertellen van die dromen neemt zijn leven een bizarre wending en na een aantal mistige dalen zonder zicht op een hoopvolle toekomst, ziet hij toch die dromen uitkomen. Ik kan me voorstellen dat Jozef met zijn levensloop geworsteld heeft en misschien ook wel met God. Maar mijn leven heeft allerminst een absurde wending genomen naar aanleiding van mijn dromen. Als ik er iets over vertel, vindt men het wel logisch of herkenbaar. Ik kan mezelf dus ook niet vergelijken met een geroepen dromer als Jozef.

De roeping van en de beloften aan Abraham, Jacob, Jozef en Mozes, hingen samen met de toekomst van een heel volk. Hun leven was verbonden met het voortbestaan van het volk Israël en daarmee met Jezus de Messias en daarmee met het lot van de wereld. Dat geeft ze het recht om te worstelen met God. Ik geloof niet dat ik me met mijn wensen voor mijn eigen kleine leventje in die rij mag scharen.

Het is terecht dat ik die mist over mijn toekomst zat ben, maar als ik daar iets aan wil veranderen, dan zal ik zelf in actie moeten komen, niet God. Als ik moet worstelen, dan met mijn eigen onzekerheden, vastgeroeste patronen en andere demonen.

Wens me succes….

Blog Nederlands

De valkuil van het moeten

Vorige keer heb ik een blog geschreven over Prediker met de vraag: “wat zijn we vorig jaar nu eigenlijk opgeschoten?” Het sloot af met de notie dat onze inspanningen er inderdaad niet veel toe doen als we het op wereldschaal bekijken, maar dat het leven de moeite waard is als je kunt genieten van de kleine dingen.

Met dit grijze weer ben ik geneigd om net zo grijs te denken en vind ik het moeilijk om die kleine genietmomenten voor de geest te halen. Ik zit naast een kerstboom met hangende takken die nodig afgetuigd moet worden en zie een leeg jaar voor me liggen. Dat is voor mij vreemd. Normaal gesproken had ik altijd wel een idee, een droom, een doel, een hoop, maar nu … niets. Dat is heel vervelend, want ik ben een doener. Ik wil ergens aan (mee)bouwen, iets tot stand brengen, iets voor elkaar krijgen. Dus ik doe wat mijn hand vind om te doen en probeer daar de lol van in te zien.

Ik kom uit een evangelische traditie waar ik heb geleerd dat God een plan met mijn leven heeft. ‘Hij is nauw betrokken bij mijn leven en stuurt het, zodat het een nuttige functie vervult in Zijn Koninkrijk.’ Daarnaast zongen we liederen zoals : “I’m gonna be a history maker”.

Het helpt niet als je vervolgens helemaal geen geschiedenis schrijft en je leven heel gewoon verloopt. “Wat ben ik de afgelopen decennia nou eigenlijk opgeschoten?”, vraag ik me in dat licht af.

“Tel je zegeningen één voor één, tel ze allen en vergeet er geen” is een lied uit de evangelische generatie van voor de ‘History Makers’. Dat is lang zo opwindend niet. Ik heb het toen met graagte ingeruild voor het ‘deel zijn van iets dat groter is dan jijzelf’. De kerk die de wereld ging veranderen in plaats van andersom. Opwekking, wonderen, tekenen, we gingen het allemaal meemaken.

Bijna 20 jaar verder is er veel veranderd, maar de grootse dingen die verwacht werden, zijn niet gekomen. Wat er is veranderd zit meer in de categorie: “God is iets nieuws begonnen, het is aan het ontkiemen, zie je het nog niet?”(Jesaja 43:19).

“Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand. Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land”, is een lied van nog een generatie eerder. Onbekend land, dat is het nieuwe jaar. Ik kijk ernaar en zie niets. Grijs, in nevelen gehuld. En dit blog gaat ook nergens heen.

Ik ga naar het strand, deze muizenissen uit mijn hoofd laten waaien.

Er komt mist op uit zee. Ik loop langs onstuimig water, omgeven door een grijze waas, harde wind bulderend in mijn oren. Ik ben helemaal alleen, er is niemand te zien, en het is alsof er een last van me afvalt.

 

Wat is dit?

Dan dringt het tot me door dat, als er niemand is, ik ook niets hoef. Het is lang geleden dat ik hier ingetrapt ben: de valkuil van het moeten. Ik herkende de verschijnselen niet eens meer.

Ik tel de zegeningen van de mist waarin ik letterlijk en figuurlijk loop. Ik zie niets, dus ik hoef niets! Gewoon doorlopen en zien wat er komt.

“Mij geleidt des Heren hand.”

Blog Nederlands

Wat zijn we er eigenlijk mee opgeschoten?

Ik keek net ‘de kortste oudejaarsconference van Nederland’ door Pieter Derks die draait om de vraag: “2017, wat zijn we er eigenlijk mee opgeschoten?” https://www.nu.nl/225474/video/pieter-derks-kortste-oudejaarsconference-van-nederland.html

Ik moest denken aan Prediker die schrijft ‘er is niets nieuws onder de zon’ als afsluiting van een redelijk depressieve bespiegeling over het nut van al ons zwoegen.

Hij zegt van zichzelf: “Ik legde mij met heel mijn hart erop toe met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren alles wat er onder de hemel plaatsvindt. Dat is een treurige bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich ermee te vermoeien.” (1:13)

Hij kijkt naar de wereld en trekt dezelfde conclusie als Pieter Derks: het heeft allemaal geen nut. Je doet je best, maar dingen wezenlijk veranderen kan je niet.

Prediker illustreert dat met prachtige observaties als:

“Alle rivieren gaan naar de zee, toch raakt de zee niet vol.”,

“Het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor wordt niet vol van horen”,

“wat ontbreekt, kan niet meegeteld worden” en

“Waar het goed vermeerdert, vermeerderen zij die het opeten. Welk voordeel hebben dan de bezitters ervan, behalve dat hun ogen ernaar kunnen kijken?”.

Maar ook met het vaststellen van “Er is geen herinnering aan de vroegere dingen. Ook aan latere dingen, die nog komen, zal geen herinnering zijn bij hen die daarna komen”, slaat hij de spijker op z’n kop, want wat weten we nog van het leven van onze overgrootouders, wat zij hebben gedaan, het verschil dat zij hebben gemaakt met hun leven? Zullen onze achterkleinkinderen nog een herinnering aan de impact van ons leven hebben?

Waar doen we het allemaal voor?

Er staat weer een nieuw jaar voor de deur. Wat gaan we ermee doen? Je kunt je dus afvragen of al ons zwoegen wat uit gaat maken. Al onze goede voornemens verdampen in het licht van de wereldgeschiedenis. We zijn een ademtocht, een zucht, vluchtig.

Lekker begin van 2018 zo, ik heb er echt zin in ….

Gelukkig sluit deze wijze koning af met een positieve noot:

“Zie, wat ik gezien heb: een goede zaak die voortreffelijk is, namelijk te eten en te drinken en het goede te genieten bij al zijn zwoegen waarmee hij zwoegt onder de zon tijdens het getal van zijn levensdagen, die God hem gegeven heeft, want dat is zijn deel. Ook elke mens aan wie God rijkdom en bezittingen geeft en toestaat om daarvan te eten en zijn deel ervan te nemen om zich in zijn zwoegen te verblijden, dat is een gave van God. “(5:17,18)

Een wijzer advies kun je niet krijgen voor het nieuwe jaar volgens mij: ‘Doe je best en vergeet niet te genieten van de kleine, gewone dingen’. Het leven is de moeite waard als je samen kunt genieten van het goede wat je ontvangt, de kleine meevallers, de zonnige dagen.

Ik wens jullie daarom een heel gezegend 2018 dat vol zit met kleine momenten waarin je samen met anderen kunt lachen, waarin je iets kunt betekenen voor een ander, waarin je in dankbaarheid kunt ontspannen en genieten van het goede van het leven.

Blog Nederlands

Vrede op aarde

Het Engelenleger proclameerde dat het vrede op aarde zou worden, toen ze de geboorte van de Messias aan de herders verkondigden.

Dik 2000 jaar verder wachten we daar nog steeds op. Hoezo vrede? Hoezo vredevorst?

Er was een hemelse legermacht op de been in de nacht dat Jezus werd geboren. De beloofde zaligmaker was gekomen, de gezalfde, zei de engel tegen de herders en eerder tegen Jozef. De beloofde koning, de opvolger van koning David, de zoon van de allerhoogste, had de engel tegen Maria gezegd, en ook de wijzen waren op zoek naar een koning. 41 dagen later, in de tempel zegt Simeon dat Jezus de gezalfde is en Anna noemt Hem verlosser. (Lucas 1:32; 2: 11, 22 (Leviticus 12:2-8), 26, 38; Matteüs 1: 21, 2:2 )

Dit zijn een heleboel termen, maar het kan nog ingewikkelder want zaligmaker is hetzelfde als heiland, wat iets met zonden vergeven te maken heeft, gezalfde is hetzelfde als Messias en Christus en dat heeft iets te maken met de Heilige Geest, en het koningschap houdt verband met koning David en dat heeft weer te maken met verlossing.

Wat heeft dat allemaal te maken met vrede?

Het antwoord hierop is te vinden in de geschiedenis van het volk Israël. Het volk had een verbond gesloten met God. De afspraak was dat het volk geen andere goden zou aanbidden en dan zou God zorgen dat het goed met hen ging in hun land (Deuteronomium 28). Het volk had die afspraak verbroken door keer op keer andere goden achterna te lopen. God had hen daardoor de rug toegekeerd en had toegestaan dat ze uit het land werden weggevoerd en het hele land, inclusief de tempel, één grote woestenij was geworden. Hier was voor gewaarschuwd door profeten, maar het volk had niet geluisterd. De profeten hadden deze waarschuwing ook altijd vergezeld laten gaan door de belofte dat, zodra het volk zou terug keren naar God, God zou terugkeren naar hen. Hij zou een verlosser sturen, een gezalfde, een koning die alles zou herstellen. Hij zou vrede brengen. Als eerste de vrede tussen God en mensen. De kapotte relatie moest herstelt, maar in plaats van genoegdoening van de mensen te eisen voor hun overtredingen, zou God hun zonden vergeven. Als resultaat daarvan zou de vrede zich uitstrekken over de hele schepping. Het herstel zou zo verstrekkend zijn dat de situatie uit het paradijs weer terug zou komen. ( Jesaja 11:1-10)

Na verloop van tijd was het volk weer naar het land terug gekeerd en hadden ze het land en de tempel weer opgebouwd, maar een eigen koning was er nooit meer gekomen. De tempeldienst was weer in ere hersteld, maar een echt goede relatie met God was er niet meer ontstaan. Er waren al honderden jaren geen profeten meer. Het wachten was op de Messias, op de wonderbare raadsman, de Sterke God, de Eeuwige Vader, de Vredevorst (Jesaja 9:5).

Jozef en Maria, de herders, Simeon en Anna wisten dus precies wie er geboren was, maar zelfs mensen die deze profetieën niet kenden, wisten dat hier iets heel bijzonders was gebeurd en kwamen vanuit het oosten om eer te bewijzen aan deze koning.

Dik 2000 jaar later vieren we deze geboorte nog steeds uitgebreider dan de geboortedag van onze eigen koning, ondanks dat velen amper een idee hebben van wat ze vieren. Veel verder dan “de geboorte van Jezus” komen de meesten niet. Wat dat te maken heeft met vrede weten ze niet echt en wat Jezus kwam doen is ze een raadsel.

In de kribbe, in de voerbak, ligt een baby. Een engelenleger prijst God en proclameert ‘Vrede op aarde’. Herders zijn enthousiast, magiërs reizen de halve wereld over, twee oude mensen zijn diep ontroerd dat ze dit mogen meemaken. Jozef en Maria hebben er geen woorden voor. Het komt goed tussen God en de mensen! Ze zullen worden bevrijd van alles wat tussen hen en God instaat. Letterlijk bevrijd van de overheersing door de Romeinen dachten ze. Alle slechteriken eruit: gerechtigheid. En dan vrede. Het zou anders lopen. Het kwaad zit namelijk niet alleen in de Romeinen, maar in iedereen. Het helpt niet als je de Romeinen eruit gooit, maar zelf blijft zitten. Voor je het weet loop je je te ergeren aan iemand en heb je ruzie. Weg vrede. Ook het kwaad in jezelf moet dus overwonnen. Gerechtigheid strekt zich uit tot iedereen. Niemand is rechtvaardig uit zichzelf, ook al doe je nog zoveel goede dingen. Iedereen heeft wel een vervelend trekje of een nare eigenschap waardoor de vrede verpest wordt.

Het kind is daarom niet gekomen om te oordelen, om de één rechtvaardig te verklaren en de ander niet, want dat zou het einde van de mensheid en de wereld hebben betekend. Hij is gekomen om de wereld te behouden (Joh 3:17). Hij is gekomen om de schuld voor de breuk tussen het Joodse volk en God op zich te nemen, om de vrede te tekenen, om de relatie te herstellen, en zo het kwaad onschadelijk te maken.

En dit strekt zich uit tot het hele Joodse volk, maar ook tot de rest van de mensheid en de hele schepping. Want de invloed van het kwaad beperkt zich niet tot het Romeinse of Joodse volk. Vrede met God is voor iedereen mogelijk. Iedereen die God zoekt zal Hem vinden. (Lucas 11:10)

Iedereen die gelooft dat dit kind geboren is als redder van de wereld, vindt nu al vrede en later een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar alles hersteld zal zijn.

Vrolijk kerstfeest!

Het schilderij is Salvator Mundi van Leonardo da Vinci

Blog Nederlands

Is uw God dood?

“Is uw God dood?” vroeg George Yancy zich af in een artikel. Een intrigerende vraag die een heel scala aan beelden bij mij opriep. Zoals de verhalen in het Oude Testament waar de winnaar van een oorlog duidelijk de sterkste God had. Als je de oorlog verloor of als er een ziekte uitbrak in het land of je werd getroffen door ander ongeluk of rampspoed, dan faalde jouw God.

Of het verhaal uit Jesaja 44 waar iemand een boom kapt, van de ene helft een lekker vuurtje stookt en van de andere helft een beeld maakt en dan verwacht dat dat beeld van alles voor hem gaat doen. Als er niets gebeurt kan je je afvragen: “is uw god dood?”

‘Het is stil aan de overkant’…. read more »

Blog Nederlands

Sinterklaas

Waarom staan we ieder jaar te liegen tegen onze kinderen en noemen we dat een feest? Ik had vroeger al liever een kinderdag dan Sinterklaas; een soort Moederdag voor kinderen. Dat je ontbijt op bed krijgt met cadeautjes en de hele dag niets hoeft te doen, maar lekker verwend wordt.

Toen ik erachter kwam dat Sinterklaas niet bestond en dat ik dus door al die volwassenen voor de gek was gehouden, is er bij mij een argwaan naar binnen gekropen die nooit meer is weggegaan. Als zelfs mijn sjieke, serieuze oma na het openmaken van een cadeautje ‘dank u Sinterklaasje’ riep in de schoorsteen, dan vraag ik me toch af hoe ver mensen gaan om een kind iets te laten geloven. read more »

Blog Nederlands

Onvervuld verlangen

Je hebt een goed salaris, maar aan het eind van je geld hou je regelmatig een stukje maand over. Je eet en drinkt volgens de laatste mode, maar je vrienden hebben al weer een nieuwe keuken ontdekt. Je hebt kleren zat, maar niets om aan te trekken. Dit gevoel is van alle tijden. 500 jaar voor Christus beschrijft Haggaï het al. read more »

Blog Nederlands

Waar is God?

In de getekende zoekboeken ‘waar is Wally’, moet je tussen de veelheid van gebeurtenissen, een mannetje in een rood-witgestreepte trui zoeken. Ik heb thuis een variant op dit boek dat heet ‘Waar is Jezus’. In allerlei tekeningen met bijbelse scenario’s zit ergens Jezus verstopt. Het is voor kinderen en volwassenen erg leuk om alle details van die tekeningen te bekijken en te ontdekken waar Jezus, of waar Wally is. Al zoekende ontvouwen zich allemaal kleine en grote verhalen die niets met de hoofdpersoon te maken hebben, maar die zich toevallig op dezelfde bladzijde afspelen. read more »

Blog Nederlands

Nee zeggen

Je kind zegt nee, jij zegt nee, God zegt nee.

Als je kind ontdekt dat het nee kan zeggen, voegt dat een nieuwe dimensie aan je opvoeding toe. In een eerder stadium heb je als ouder waarschijnlijk al ontdekt dat je zelf nee moet leren zeggen.

Men zegt dat je een baby de eerste 6 maanden niet kunt verwennen, dus dat je daarom tegemoet kunt komen aan alle wensen die het kind heeft. Aangezien dat een dagtaak is, proberen veel ouders na een maand of drie, vier, of hun kind al met wat minder aandacht toe kan. Ze rennen niet meer met ieder jengeltje naar box, bedje of wipstoel, maar kijken het even aan. Als hun kind roept om aandacht zeggen ze dus eigenlijk even “nee”.

Hoe ouder een kind wordt, hoe meer je nee gaat zeggen tegen de behoeften van je kind. Het moet namelijk leren om de bevrediging van behoefte uit te kunnen stellen. Het moet kunnen wachten op eten, drinken, aandacht en troost. Hoe kleiner het kind, hoe korter die wachttijd uiteraard. read more »

Copyright Ontspannen Christendom | Niets van deze website mag worden gekopieerd zonder toestemming van de auteur