Monthly Archives: January 2018

Blog Nederlands

De valkuil van een roeping

Starwars, the Matrix, Harry Potter, Lord of the Rings en vast nog wel meer films gaan over die ene die geroepen is om ‘het kwaad’ te verslaan. Dit spreek tot de verbeelding, bij mij in ieder geval wel, ook al ben ik een meisje en geen jongetje. Stel je voor dat je een geroepene blijkt te zijn. Jij bent de held, jij gaat het fiksen, jij gaat bevrijding brengen. Het onrechtvaardige systeem heeft zijn langste tijd gehad nu jij er bent! Het betekent wel een tijd lang afzien, want The Chosen One krijgt zijn overwinning niet zomaar. Hij moet eerst een hoop ellende doorstaan, maar wat er ook gebeurd, hoe vaak het ook dreigt te mislukken, hij zal volgens de profetieën het kwaad verslaan. Dat vooruitzicht is al die moeite waard.

Ook in de bijbel gaat het over geroepenen of uitverkorenen. Daar is een heel volk geroepen. Het volk Israël is door God uitverkoren om een zegen te zijn voor de hele wereld. Zij zijn de dragers van de profetie dat God het kwaad zal verslaan en de wereld die verrot is door de invloed van dat kwaad, weer zal herstellen en met Zich zal verzoenen. En zoals iedere geroepene, heeft het Joodse volk in de loop van de duizenden jaren het nodige te verduren gehad, maar ze hebben de belofte dat het in het eind allemaal goed zal komen.

In dit epische verhaal is er 2000 jaar geleden een dramatische wending geweest. Uit dit uitverkoren volk is een geroepene voortgekomen die het kwaad heeft verslagen. Theoretisch gezien had dit het eind van het verhaal moeten zijn. Maar in plaats van de profetie te vervullen en koning te worden, sterft deze Gezalfde. Geruchten gingen dat Hij de dood had overwonnen, het laatste bolwerk van de duisternis, maar dat ging er bij dit volk niet in. Zij trokken de conclusie dat de échte gezalfde nog moet komen en keerden zich van deze Messias af.

Wat nu? Als de groep die uitverkoren is om de wereld te zegenen met de boodschap dat het kwaad verslagen is, dat zelf niet gelooft, wie vertelt dan aan de wereld dat ze verlost zijn?

De enige oplossing is verder gaan met de groep die het wél geloofd. Al vrij snel blijken dat duizenden Joden te zijn en dit is de groep die Jezus ‘mijn ekklesia’ noemt (Mattheüs 16:18). Wij vertalen dat met kerk of gemeente, maar in die tijd was het een groep inwoners die (op)geroepen werd als er besluiten genomen moesten worden die de hele stad aangingen. Wat er dan besloten werd, had de kracht van een wet. Jezus zegt over deze groep: “Deze geroepenen zullen niet worden tegengehouden door de machten van het dodenrijk”. Dit is de nieuwe groep uitverkorenen, de groep die geroepen is om het goede nieuws van overwinning en bevrijding door te geven.

Ik vind het lastig om te behoren tot een groep uitverkorenen, want, wat is mijn rol dan precies? Als ikzelf de geroepene ben, dan is het duidelijk: het lot van de wereld hangt van mij af. Ik moet wel stevig aan de bak, maar ik krijg de steun van mijn vriendengroep en uiteindelijk krijgen we ook alle eer. Nu is het werk al gedaan en ik was niet eens deel van die inner circle rond Jezus. Het verhaal is eeuwen lang doorgegeven en heeft ook mij bereikt. Ik geloof het en wil het graag doorgeven, maar waar is de heroïek die hoort bij het leven van een geroepene? Ben ik uitverkoren tot werknemer of ondernemer, echtgenoot, moeder, en hier en daar wat helpen in de kerk?

“God heeft een plan met je leven”, hoor ik regelmatig op zondag. “God heeft je uniek gemaakt en Hij heeft een unieke taak voor je.” “Je bent geschapen met een doel en een bestemming.” En dus ben ik bezig met uit te zoeken wat dat doel dan is. Waarvoor ben ik geroepen? Wat is mijn unieke bestemming? Bij alles wat op mijn weg komt vraag ik me af: “Is dit Gods plan voor mijn leven?”, of: “Zou dit in Gods plan voor mijn leven passen?” Want erger nog dan niet weten wat Gods plan is, is de verkeerde keuzen maken, zodat God niets meer aan mijn leven heeft. Dus wordt mijn missie een waardige gezalfde te worden, eentje waar God op kan bouwen, die klaar staat als het nodig is. Het betekent afzien en strijden tegen alles wat in de weg zou kunnen staan. Mijn minder goede eigenschappen en ongezonde gewoonten, mijn mate van toewijding, mijn boekenkast en muziekcollectie, alles wordt aan een kritische blik onderworpen en te licht bevonden. Vaste tijden instellen voor bidden en bijbellezen, goede christelijke boeken lezen, goede christelijke muziek en films. Ik laat me vullen met dingen van God; voor ‘de wereld’ is geen ruimte meer in mijn leven. Het voelt goed. Ik word een betere versie van mijzelf. Ik verwacht een glimlach uit de hemel en een stem die zegt: “goed gedaan jij trouwe dienstknecht. Hier heb je 10 talenten, je bent het waard om in Mijn koninkrijk aan het werk te gaan”.

In plaats daarvan lees ik: “De mensen komen met allerlei regels. “Dat mag je niet aanraken.” “Dat mag je niet eten.” “Daar mag je niet aankomen.” (…) Het klinkt allemaal wel erg wijs en mooi, maar toch is het een zelfbedachte godsdienst. Het heeft helemaal geen zin om overdreven nederig te zijn en om hard te zijn voor je eigen lichaam. Mensen die daarmee bezig zijn, willen alleen maar laten zien hoe geweldig godsdienstig ze zijn.” (Kolossenzen 2: 20-23 BB)

Auw.

Ik dacht dat ik goed bezig was, maar ik blijk precies de verkeerde kant te zijn opgelopen. Ik was gericht op mijzelf, op mijn eigen eer, op wie ik zou kunnen zijn in Gods Koninkrijk, maar daar gaat het dus niet om. “En u bent volmaakt geworden in Hem”, staat er in Kolossenzen 2: 10. Daar valt helemaal niets aan toe te voegen.

Als ik Gods koninkrijk wil zien, dan moet ik opnieuw geboren worden (Johannes 3:3) en om opnieuw geboren te worden, moet ik juist sterven aan mijzelf (Romeinen 6). Mijn roeping gaat niet om mij, het gaat om het doorgeven van het goede nieuws dat het kwaad niet langer het laatste woord heeft. Dat is goed nieuws voor mijzelf, want alle dingen die nog niet kloppen in mijn leven, ‘mijn zonden’, de invloed van het kwaad in mijn leven, hebben niet de macht om mij weg te houden bij God. Laat ik ze dan die macht ook niet geven. Laat ik niet geloven in de leugen dat ik eerst een ‘goede’ christen moet zijn voordat God iets met mij kan beginnen. Hij is al lang een goed werk in mij begonnen, en Hij zal dat volhouden (Filippenzen 1:6).

Mijn roeping is een deel te zijn van dat geroepen volk dat het verhaal van bevrijding verder draagt door een werknemer of ondernemer te zijn, echtgenoot, moeder, en hier en daar wat helpen in de kerk. Waarom zou dat niet (heroïsch) genoeg zijn?

Blog Nederlands

Worstelen met God

Jacob worstelde met God en liet Hem niet gaan voordat God had gedaan wat hij Hem vroeg (Genesis 32:26-28). Mozes gingen de discussie aan met God en bleef argumenten aandragen totdat hij kreeg wat hij wilde. (Exodus 33:12-17). Ik vond dat eigenlijk heel oneerbiedig. Hoe durf je zo brutaal te zijn en niet te accepteren wat God wil? Ik herken me wat dat betreft meer in Abraham. Hij deed alles wat God vroeg: hij vertrok uit zijn land, liet zijn neef het beste deel kiezen en was zelfs bereid om zijn zoon te offeren, omdat hij wist dat God zou zorgen dat het allemaal op zijn pootjes terecht zou komen. Zo sta – of misschien stond? – ik ook in het leven. Wat kwam, dat kwam. Het zou uiteindelijk goed komen. God is mijn Vader, Hij zorgt voor mij. Zoals ik vorige week schreef: “Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand.” Ik ben hier nog steeds van overtuigd, maar ergens is er iets gaan wringen. Er groeit in mij een onvrede over de situatie waarin ik zit: over de mist die voor mijn toekomst hangt. Nu ik uit de valkuil van het ‘moeten’ ben gekropen, moet ik niet langer zicht hebben op komend jaar, zodat ik weet wat ik moet doen, maar ik wil zicht hebben op komend jaar, omdat ik verder wil. (http://ontspannenchristendom.nl/2018/01/04/de-valkuil-van-het-moeten)

Abraham vroeg op een gegeven moment aan God hoe het nou zat met die beloften aan hem. Hij zou een land krijgen, maar hij trok nog steeds rond met tenten. Hij zou de stamvader van een volk worden, maar hij had niet eens een zoon (Genesis 15:3,7-8). Hij had zijn leven geleefd zoals het kwam, omdat God het zo aan hem gegeven had, maar wat nu? Hoe nu verder? Abraham was enorm rijk, had een grote groep mensen om zich heen, werd geëerd en gerespecteerd door de leiders in het gebied waar hij doorheen trok, maar in zijn eigen ogen was zijn leven doelloos. Hij zag er geen toekomst in.

Abraham worstelde met God want hij wilde weten of God zich wel aan Zijn woord zou houden.

Jacob worstelde met God want hij wilde dat God hem zou zegenen met de zegen die hij eerder van zijn broer had gestolen, maar die God wel aan Jacob beloofd had.

Mozes worstelde met God omdat God niet langer met hem en het volk mee wilde gaan, terwijl Hij dat wel beloofd had.

Zou ik met God moeten worstelen over een toekomst die Hij mij beloofd heeft, maar die ik nog steeds niet zie?

In een charismatisch evangelische kerk ben ik in aanraking gekomen met het verschijnsel profetie: mensen die voor je bidden en beloften of andere positieve woorden over je leven uitspreken. Er was een tijd dat de beloften over elkaar heen buitelden. Niets was meer onmogelijk, er was ons immers een hoopvolle toekomst beloofd (Jeremia 29:11).

Als er niet gebeurde wat was voorzegd, dan lag dit niet aan God! Het was omdat de tijd nog niet rijp was, of er stond iets tussen jou en je belofte. Dit obstakel moest je dan opruimen. Worstelen met God was geen optie. Als ik moest worstelen, dan met mijn eigen ongehoorzaamheid, ondankbaarheid of andere demonen. ‘God geeft boven bidden en denken’ (Efeziërs 3:20), ‘Hij geeft het Zijn beminden in de slaap’ (Psalm 127:2), waarom zou ik worstelen met God?

Maar nu ik geen obstakel meer kan bedenken en de belofte toch uitblijft, wordt worstelen misschien toch een optie. Maar voordat ik ga worstelen met God (als ik dat al zou kunnen) is het misschien handig om me af te vragen waar al die beloften vandaan kwamen. Waren die wel van God? Of was het wensdenken? Was het emotie? Ik kan moeilijk met God worstelen over beloften die Hij niet heeft gedaan.

Mag je iets dat over je is uitgesproken, zien als een belofte van God? Mensen die een profetisch woord uitspreken hebben meestal een disclaimer als: “ik heb de indruk”, of “ik zie een beeld”. Er zijn er maar weinig die durven zeggen: “zo spreekt de Here”. Volgens de bijbel is een echte profeet te herkennen aan het feit dat zijn of haar profetieën uitkomen. Als iemand beweerde namens God te spreken en het bleek een leugenaar doordat de profetie niet uitkwam, dan moest diegene gedood worden. Je kunt maar beter een slag om de arm houden als je ‘profeteert’.

Al die mooie ‘beloftes’ zijn dus wensdenken totdat het tegendeel is bewezen doordat er gebeurt wat is gezegd. En aangezien het tegendeel in mijn geval nog niet bewezen is, was het dus wensdenken en geen belofte van God. Ik ga niet worstelen met God over een indruk of een beeld van iemand anders.

Hoe zit het met dingen die ikzelf ervaar als roeping? Om me heen zie ik mensen die zich geroepen voelen om iets te doen of iets te worden. Die gaan dat dan gewoon doen. Ze stellen bijvoorbeeld hun huis open voor mensen die even een plek nodig hebben om bij te komen, of ze worden arts of dominee, of gaan schrijven : ). Misschien is een roeping die ik zelf niet kan uitvoeren gewoon helemaal geen roeping. Misschien dat dat meer in de categorie ‘dromen’ valt. Ik zou het graag willen, maar een goddelijke roeping is het niet. Het is vrij zinloos om met God te willen worstelen over iets wat ik graag zou willen, maar wat Hij niet doet.

Jozef was een dromer en iedereen verklaarde hem voor gek. Als gevolg van het vertellen van die dromen neemt zijn leven een bizarre wending en na een aantal mistige dalen zonder zicht op een hoopvolle toekomst, ziet hij toch die dromen uitkomen. Ik kan me voorstellen dat Jozef met zijn levensloop geworsteld heeft en misschien ook wel met God. Maar mijn leven heeft allerminst een absurde wending genomen naar aanleiding van mijn dromen. Als ik er iets over vertel, vindt men het wel logisch of herkenbaar. Ik kan mezelf dus ook niet vergelijken met een geroepen dromer als Jozef.

De roeping van en de beloften aan Abraham, Jacob, Jozef en Mozes, hingen samen met de toekomst van een heel volk. Hun leven was verbonden met het voortbestaan van het volk Israël en daarmee met Jezus de Messias en daarmee met het lot van de wereld. Dat geeft ze het recht om te worstelen met God. Ik geloof niet dat ik me met mijn wensen voor mijn eigen kleine leventje in die rij mag scharen.

Het is terecht dat ik die mist over mijn toekomst zat ben, maar als ik daar iets aan wil veranderen, dan zal ik zelf in actie moeten komen, niet God. Als ik moet worstelen, dan met mijn eigen onzekerheden, vastgeroeste patronen en andere demonen.

Wens me succes….

Blog Nederlands

De valkuil van het moeten

Vorige keer heb ik een blog geschreven over Prediker met de vraag: “wat zijn we vorig jaar nu eigenlijk opgeschoten?” Het sloot af met de notie dat onze inspanningen er inderdaad niet veel toe doen als we het op wereldschaal bekijken, maar dat het leven de moeite waard is als je kunt genieten van de kleine dingen.

Met dit grijze weer ben ik geneigd om net zo grijs te denken en vind ik het moeilijk om die kleine genietmomenten voor de geest te halen. Ik zit naast een kerstboom met hangende takken die nodig afgetuigd moet worden en zie een leeg jaar voor me liggen. Dat is voor mij vreemd. Normaal gesproken had ik altijd wel een idee, een droom, een doel, een hoop, maar nu … niets. Dat is heel vervelend, want ik ben een doener. Ik wil ergens aan (mee)bouwen, iets tot stand brengen, iets voor elkaar krijgen. Dus ik doe wat mijn hand vind om te doen en probeer daar de lol van in te zien.

Ik kom uit een evangelische traditie waar ik heb geleerd dat God een plan met mijn leven heeft. ‘Hij is nauw betrokken bij mijn leven en stuurt het, zodat het een nuttige functie vervult in Zijn Koninkrijk.’ Daarnaast zongen we liederen zoals : “I’m gonna be a history maker”.

Het helpt niet als je vervolgens helemaal geen geschiedenis schrijft en je leven heel gewoon verloopt. “Wat ben ik de afgelopen decennia nou eigenlijk opgeschoten?”, vraag ik me in dat licht af.

“Tel je zegeningen één voor één, tel ze allen en vergeet er geen” is een lied uit de evangelische generatie van voor de ‘History Makers’. Dat is lang zo opwindend niet. Ik heb het toen met graagte ingeruild voor het ‘deel zijn van iets dat groter is dan jijzelf’. De kerk die de wereld ging veranderen in plaats van andersom. Opwekking, wonderen, tekenen, we gingen het allemaal meemaken.

Bijna 20 jaar verder is er veel veranderd, maar de grootse dingen die verwacht werden, zijn niet gekomen. Wat er is veranderd zit meer in de categorie: “God is iets nieuws begonnen, het is aan het ontkiemen, zie je het nog niet?”(Jesaja 43:19).

“Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand. Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land”, is een lied van nog een generatie eerder. Onbekend land, dat is het nieuwe jaar. Ik kijk ernaar en zie niets. Grijs, in nevelen gehuld. En dit blog gaat ook nergens heen.

Ik ga naar het strand, deze muizenissen uit mijn hoofd laten waaien.

Er komt mist op uit zee. Ik loop langs onstuimig water, omgeven door een grijze waas, harde wind bulderend in mijn oren. Ik ben helemaal alleen, er is niemand te zien, en het is alsof er een last van me afvalt.

 

Wat is dit?

Dan dringt het tot me door dat, als er niemand is, ik ook niets hoef. Het is lang geleden dat ik hier ingetrapt ben: de valkuil van het moeten. Ik herkende de verschijnselen niet eens meer.

Ik tel de zegeningen van de mist waarin ik letterlijk en figuurlijk loop. Ik zie niets, dus ik hoef niets! Gewoon doorlopen en zien wat er komt.

“Mij geleidt des Heren hand.”

Copyright Ontspannen Christendom | Niets van deze website mag worden gekopieerd zonder toestemming van de auteur